DSEAR-regelgeving: Gids voor veiligheid bij explosieve atmosferen in het VK

De Dangerous Substances and Explosive Atmospheres Regulations 2002 (DSEAR) vormen de belangrijkste Britse wetgeving voor risico's door explosieve atmosferen en gevaarlijke stoffen op de werkplek. Oorspronkelijk omgezet vanuit de EU ATEX "Werkplek"-Richtlijn 1999/92/EC, blijft DSEAR na Brexit van kracht als behouden EU-recht.

Wat is DSEAR?

DSEAR legt werkgevers verplichtingen op om werknemers en andere personen te beschermen tegen risico's van branden, explosies en vergelijkbare incidenten veroorzaakt door gevaarlijke stoffen op de werkplek. Een "gevaarlijke stof" onder DSEAR omvat:

Dit bereik is opzettelijk breed. Benzine, LPG, verf, lak, oplosmiddelen, graanstof, houtstof en zelfs meel vallen eronder. Als het kan branden, exploderen of een brandbare atmosfeer kan vormen, is DSEAR van toepassing.

DSEAR vs ATEX: na Brexit

Vóór Brexit implementeerde DSEAR de ATEX Werkplekrichtlijn (1999/92/EC) in het VK. Sinds 1 januari 2021 geldt DSEAR als behouden EU-recht onder de European Union (Withdrawal) Act 2018. De praktische gevolgen:

AspectDSEAR (VK)ATEX 1999/92/EC (EU)
StatusBehouden VK-wetgeving, gehandhaafd door HSEEU-richtlijn, gehandhaafd door nationale autoriteiten
Zone-indelingDezelfde zones (0, 1, 2, 20, 21, 22)Dezelfde zones
MaterieelUKCA-markering (of CE tot einde overgangsperiode)CE-markering met ATEX-certificering
NormenBS EN-normen (spiegel van IEC 60079)EN-normen (geharmoniseerd met IEC 60079)
ExplosieveiligheidsdocumentVerplicht (zelfde als EU)Verplicht
Belangrijk verschilBreder bereik — omvat ook brandrisico, niet alleen explosieGericht op uitsluitend explosieve atmosferen

Let op: DSEAR is feitelijk breder dan ATEX 1999/92/EC. Waar de EU-richtlijn zich specifiek richt op explosieve atmosferen, dekt DSEAR ook risico's van branden veroorzaakt door gevaarlijke stoffen. Dat betekent dat sommige werkplekken die in een EU-land geen ATEX-naleving hoeven, in het VK wél een DSEAR-risicobeoordeling nodig hebben.

Werkgeversplichten onder DSEAR

DSEAR legt werkgevers een duidelijke hiërarchie van verplichtingen op:

1. Risicobeoordeling (Regulation 5)

Elke werkgever moet een geschikte en toereikende beoordeling uitvoeren van de risico's door gevaarlijke stoffen. De beoordeling moet rekening houden met:

2. Eliminatie of vermindering van risico (Regulation 6)

Na de risicobeoordeling moet de werkgever beheersmaatregelen toepassen in volgorde van prioriteit:

  1. Substitutie: Vervang de gevaarlijke stof door een stof die het risico elimineert of vermindert
  2. Beheersmaatregelen: Pas maatregelen toe in lijn met de risicobeoordeling, met prioriteit voor:
    • Beperken van de hoeveelheid gevaarlijke stoffen tot een minimum
    • Voorkomen of minimaliseren van vrijkomen van gevaarlijke stoffen
    • Beheersen van emissies bij de bron
    • Voorkomen van het ontstaan van explosieve atmosferen
    • Opvangen, insluiten en afvoeren van emissies naar een veilige locatie
    • Voorkomen van ontstekingsbronnen (inclusief elektrostatische ontlading)
    • Beperken van het aantal blootgestelde personen
  3. Mitigatie: Maatregelen om de schadelijke gevolgen van een brand of explosie te beperken

3. Gebiedsclassificatie (Regulation 7)

Waar explosieve atmosferen kunnen ontstaan, moet de werkgever locaties indelen in zones volgens hetzelfde systeem als IEC 60079-10 en de ATEX Werkplekrichtlijn. Zie Zone-indeling voor het volledige zonesysteem.

4. Materieelselectie

Materieel en beveiligingssystemen in ingedeelde zones moeten worden geselecteerd op basis van de ATEX- apparaatcategorieën:

ZoneMinimale ATEX-categorieEPL
Zone 0 / 20Categorie 1Ga / Da
Zone 1 / 21Categorie 2Gb / Db
Zone 2 / 22Categorie 3Gc / Dc

5. Explosieveiligheidsdocument (Regulation 7(3))

Werkgevers moeten een explosieveiligheidsdocument (Explosion Protection Document, EPD) opstellen en actueel houden. Dit moet bevatten:

Handhaving en sancties

DSEAR wordt gehandhaafd door de Health and Safety Executive (HSE) en lokale autoriteiten. Handhaving volgt het HSE Enforcement Policy Statement en kan omvatten:

Bekende handhavingsacties betroffen onder meer vervolgingen na stofexplosies in voedselverwerkingsbedrijven, brandincidenten bij opslagfaciliteiten voor chemicaliën en het niet correct indelen van zones bij brandstofdistributieterminals.

Veelgemaakte fouten bij DSEAR-naleving

  1. Niet herkennen dat DSEAR van toepassing is: Veel werkplekken gebruiken oplosmiddelen, verf of reinigingsmiddelen zonder te beseffen dat DSEAR relevant is
  2. Ontoereikende risicobeoordeling: Generieke beoordelingen die geen rekening houden met specifieke stoffen, hoeveelheden en processen
  3. Geen explosieveiligheidsdocument: Wettelijk verplicht overal waar explosieve atmosferen kunnen ontstaan
  4. Stofgevaren negeren: Houtstof, meel, suiker en metaalpoeders kunnen allemaal explosieve atmosferen vormen
  5. Verouderde zone-indelingen: Niet bijwerken na proceswijzigingen, nieuwe stoffen of aanpassingen aan materieel
  6. Verwarring na Brexit: Aannemen dat DSEAR niet meer geldt, of dat CE-gemarkeerd materieel automatisch wordt geaccepteerd (UKCA-overgangsregels zijn van toepassing)
Bronvermelding
Samengesteld uit DSEAR 2002 (SI 2002/2776), HSE L138 Approved Code of Practice en de BS EN 60079-reeks. Deze referentie vormt geen juridisch advies. Raadpleeg HSE-richtlijnen en gekwalificeerde deskundigen voor uw specifieke verplichtingen.