Hoe een ATEX-typeplaatje te lezen
Laatst bijgewerkt: maart 2026 · Gebaseerd op IEC 60079 (editie 2020) en ATEX 2014/34/EU
Het typische ATEX-typeplaatje
Een ATEX-gecertificeerd product heeft een typeplaatje met de volgende informatie:
CE 0123
⚠ II 2 G Ex d IIC T4 Gb
Certificate: ExCB-12.0034X
Ta: -20°C to +60°C
Elke letter en elk cijfer heeft een betekenis. Op deze pagina wordt elk element uitgelegd. Zie ook de referentie voor Ex-markeringen voor de volledige lijst.
Leesvolgorde: van links naar rechts
Begin met de wettelijke markeringen en ga dan verder met de technische details:
- CE-markering + nummer van de aangemelde instantie — bewijs van toegang tot de EU-markt
- ⚠ (ATEX-symbool) — Zeshoek met "Ex" erin
- Apparatuurgroep en categorie — Romeins cijfer + cijfer + letter (II 2 G)
- Ex-markering — Beschermingsmethode, gasgroep, temperatuurklasse, EPL
- Certificaatnummer — Traceerbaarheid naar het typeonderzoekcertificaat
- Bijzondere voorwaarden — X-achtervoegsel of apart vermeld
- Omgevingstemperatuurbereik — Ta-grenzen
CE-markering + nummer van aangemelde instantie
CE 0123
CE — Conformité Européenne (Europese conformiteit). Dit keurmerk geeft aan dat het product voldoet aan de EU-vereisten op het gebied van veiligheid, gezondheid en milieu. Voor ATEX-apparatuur betekent dit dat de fabrikant verklaart dat het product voldoet aan Richtlijn 2014/34/EU.
0123 — Viercijferig identificatienummer van de aangemelde instantie. Deze organisatie heeft het EU-typeonderzoek uitgevoerd en het certificaat afgegeven. Voorbeelden:
- 0102 — ZELM (Duitsland)
- 0344 — CSA (Canada, EU-activiteiten)
- 0832 — SIRA (VK, opereert nu onder UKCA)
- 2460 — DNV (Noorwegen)
U kunt aangemelde instanties opzoeken in de NANDO-database van de Europese Commissie.
Opmerking: het nummer van de aangemelde instantie staat alleen op apparatuur van categorie 1, M1 en M2. Op apparatuur van categorie 2 en 3 staat mogelijk alleen CE zonder nummer, omdat de fabrikant zelfcertificering toepast volgens module A (interne productiecontrole).
ATEX-symbool (⚠)
⚠
De zeshoek met "Ex" erin is het verplichte ATEX-markeringssymbool. Het geeft aan dat de apparatuur is ontworpen voor explosieve atmosferen volgens Richtlijn 2014/34/EU.
Niet te verwarren met:
- Een driehoekig waarschuwingssymbool (algemeen gevaar)
- Het IECEx Ex-symbool (dezelfde zeshoek, maar anders gelabeld op het typeplaatje)
Zowel ATEX als IECEx gebruiken de zeshoek, dus u ziet deze vaak op apparatuur met een dubbele certificering.
Apparatuurgroep en categorie
II 2 G
Apparatuurgroep (I of II)
- Groep I — Mijnbouwapparatuur (ondergrondse kolenmijnen, gevaar door methaan/mijngas)
- Groep II — Oppervlakte-industrieën (olie & gas, chemie, farmacie, enz.)
De meeste industriële apparatuur valt onder groep II.
Categorie (1, 2 of 3)
Geeft het beschermingsniveau en de geschikte zones aan:
| Categorie | Geschikt voor | Beschermingsniveau |
|---|---|---|
| 1 G / 1 D | Zone 0 / Zone 20 | Zeer hoog (veilig bij 2 storingen of continue aanwezigheid van gas) |
| 2 G / 2 D | Zone 1 / Zone 21 | Hoog (veilig bij 1 storing of waarschijnlijke aanwezigheid van gas) |
| 3 G / 3 D | Zone 2 / Zone 22 | Normaal (veilig bij normaal gebruik) |
Type atmosfeer (G of D)
- G — Gas, damp of nevel
- D — Stof (brandbare stofwolken of -lagen)
Voorbeelden
- II 1 G — Groep II, categorie 1, voor gas (geschikt voor zone 0, EPL Ga)
- II 2 D — Groep II, categorie 2, voor stof (geschikt voor zone 21)
- II 2 GD — Geschikt voor zowel gas (zone 1) als stof (zone 21)
- II 3 G — Groep II, categorie 3, voor gas (alleen zone 2)
Ex-markering (het technische gedeelte)
Ex d IIC T4 Gb
Hier staan de technische details. Verdeel het in vijf delen:
1. Ex
Afkorting voor "Explosieve atmosferen". Altijd aanwezig op Ex-apparatuur.
2. Beschermingsmethode (d)
Het type beschermingsconcept dat wordt gebruikt. Veelgebruikte methoden:
| Code | Naam | Principe |
|---|---|---|
| d | Brandwerend (explosieveilig) | Bevat interne explosies |
| ia / ib | Intrinsieke veiligheid | Beperkt energie om ontbranding te voorkomen |
| e | Verhoogde veiligheid | Voorkomt vonken/lichtbogen bij normaal gebruik |
| px / py / pz | Drukregeling | Overdruk sluit explosieve atmosfeer uit |
| m | Inkapseling | Verzegelt ontstekingsbronnen in hars/compound |
| nA / nC / nR | Vonkvrij / ingesloten / beperkte ademhaling | Zone 2 vereenvoudigde bescherming |
| o | Olie-onderdompeling | Ontstekingsbronnen ondergedompeld in olie |
| q | Poedervulling | Kwartszand voorkomt vlamverspreiding |
Combinaties komen vaak voor: Ex de betekent dat de apparatuur zowel vlamdichte (d) als verhoogde veiligheidsmethoden (e) gebruikt – vaak een vlamdichte motorkamer met een verhoogde veiligheidsterminalbox.
3. Gasgroep (IIA, IIB, IIC)
Geeft aan voor welke gassen de apparatuur is gecertificeerd, op basis van ontstekingsgevoeligheid (zie gasgroepen voor details):
| Groep | Gassen | MESG-bereik | MIC-verhouding |
|---|---|---|---|
| IIA | Propaan, methaan, butaan, ammoniak, aceton | > 0,9 mm | > 0,8 |
| IIB | Ethyleen, ethyl ether | 0,5–0,9 mm | 0,45–0,8 |
| IIC | Waterstof, acetyleen, koolstofdisulfide | < 0,5 mm | < 0,45 |
Hiërarchieregel: IIC-apparatuur kan worden gebruikt in IIB- of IIA-atmosferen. IIB kan worden gebruikt in IIA. Maar IIA-apparatuur kan niet worden gebruikt in IIB- of IIC-atmosferen.
Voor stof: Groepen IIIA (brandbare deeltjes), IIIB (niet-geleidend stof), IIIC (geleidend stof) worden gebruikt. Vaak wordt voor alle stofsoorten eenvoudigweg "III" weergegeven.
4. Temperatuurklasse (T1–T6)
Maximale oppervlaktetemperatuur die de apparatuur kan bereiken, zelfs onder foutcondities:
| T-klasse | Max. oppervlaktetemperatuur | Geschikt voor gassen met een AIT boven... |
|---|---|---|
| T1 | 450 °C | 450 °C (bijv. ammoniak, methaan) |
| T2 | 300 °C | 300 °C (bijv. ethyleen, acetyleen) |
| T3 | 200 °C | 200 °C (bijv. benzine) |
| T4 | 135 °C | 135 °C (bijv. aceetaldehyde) |
| T5 | 100 °C | 100 °C (bijv. koolstofdisulfide) |
| T6 | 85 °C | 85 °C (bijv. koolstofdisulfide onder bepaalde omstandigheden) |
Alternatieve notatie: Soms ziet u een specifieke temperatuur in plaats van een T-klasse, zoals T95 °C. Dit betekent dat de maximale oppervlaktetemperatuur precies 95 °C is.
Voor stof: temperatuurmarkeringen geven direct de maximale oppervlaktetemperatuur weer (bijv. T 135 °C of T95 °C) in plaats van T-klassen te gebruiken, omdat de ontbrandingstemperaturen van stof sterk variëren en rekening moet worden gehouden met laagontbranding.
5. Beschermingsniveau van apparatuur (Ga, Gb, Gc, Da, Db, Dc)
Geïntroduceerd in IEC 60079-0:2011 (en ATEX 2014/34/EU). Geeft het aantal fouten aan dat de apparatuur kan verdragen:
| EPL | Geschikte zone | Fouttolerantie |
|---|---|---|
| Ga | Zone 0 | Veilig bij 2 onafhankelijke storingen |
| Gb | Zone 1 | Veilig met 1 storing |
| Gc | Zone 2 | Veilig bij normaal gebruik |
| Da | Zone 20 | Veilig bij 2 onafhankelijke storingen |
| Db | Zone 21 | Veilig met 1 fout |
| Dc | Zone 22 | Veilig bij normaal gebruik |
Correlatie met categorie:
- Categorie 1 → EPL Ga / Da
- Categorie 2 → EPL Gb / Db
- Categorie 3 → EPL Gc / Dc
EPL is nauwkeuriger omdat het rekening houdt met details van de beschermingsmethode (bijv. Ex ia = Ga, Ex ib = Gb).
Voorbeelden van volledige markeringen
Voorbeeld 1: Vlamdichte motor
CE 0344
⚠ II 2 G Ex d IIC T4 Gb
Vertaling:
- CE 0344 — Gecertificeerd door aangemelde instantie 0344 (CSA Group)
- II — Groep II (oppervlakte-industrieën)
- 2 G — Categorie 2, gas (geschikt voor zone 1)
- Ex d — Vlamdichte behuizing
- IIC — Geschikt voor alle gasgroepen, inclusief waterstof
- T4 — Maximale oppervlaktetemperatuur 135 °C
- Gb — EPL Gb (beschermingsniveau zone 1)
Toepassing: Kan worden geïnstalleerd in zone 1 of zone 2 met elk gas met een zelfontbrandingstemperatuur boven 135 °C (propaan, methaan, waterstof, ethyleen, enz.).
Voorbeeld 2: Intrinsiek veilige transmitter
CE
⚠ II 1 G Ex ia IIC T4 Ga
Vertaling:
- CE (geen nummer) — Apparatuur van categorie 1, maar sommige fabrikanten certificeren zelf de intrinsieke veiligheid volgens module B+D
- II 1 G — Categorie 1, gas (geschikt voor Zone 0)
- Ex ia — Intrinsieke veiligheid, 2-foutentolerantie
- IIC — Alle gasgroepen
- T4 — Maximale oppervlaktetemperatuur 135 °C
- Ga — EPL Ga (geschikt voor zone 0)
Toepassing: Kan worden geïnstalleerd in zone 0, 1 of 2. Vereist bijbehorende apparatuur (veiligheidsbarrière of isolator) om de circuitenergie te beperken. Controleer de entiteitsparameters (Ui, Ii, Ci, Li) ten opzichte van de barrière en de kabel.
Voorbeeld 3: Veiligheidsterminalbox
CE 0102
⚠ II 2 G Ex eb IIC T6 Gb
Vertaling:
- CE 0102 — Gecertificeerd door ZELM
- II 2 G — Categorie 2, gas (Zone 1)
- Ex eb — Veiligheidsterminalbox (geen vonkvormende onderdelen)
- IIC — Alle gasgroepen
- T6 — Maximale oppervlaktetemperatuur 85 °C
- Gb — EPL Gb
Toepassing: Geschikt voor zone 1/2. Geen heet werk vereist — aansluitklemmen zijn zo ontworpen dat ze onder normale bedrijfsomstandigheden geen vonken veroorzaken. Wordt vaak gebruikt voor het samenstellen van intrinsiek veilige circuits of algemene bedrading.
Voorbeeld 4: Controlepaneel onder druk
CE 2460
⚠ II 2 G Ex px IIB T4 Gb
Vertaling:
- CE 2460 — Gecertificeerd door DNV
- II 2 G — Categorie 2, gas
- Ex px — Type 'x' drukregeling (geschikt voor zone 1)
- IIB — Geschikt voor gasgroepen IIA en IIB (niet IIC)
- T4 — Maximale oppervlaktetemperatuur 135 °C
- Gb — EPL Gb
Toepassing: Bedieningspaneel in zone 1 met standaard industriële componenten (relais, PLC's, enz.). Vereist een drukbehoudsysteem dat een positieve druk handhaaft met inert gas of schone lucht. Vergrendelingen schakelen apparatuur uit als de druk wegvalt.
Voorbeeld 5: Stofontstekingsbestendige apparatuur
CE 0344
⚠ II 2 D Ex tb IIIC T135°C Db IP66
Vertaling:
- II 2 D — Categorie 2, stof (zone 21)
- Ex tb — Stofdichte behuizing met temperatuurbeperking
- IIIC — Geleidend stof (metaalstof, roet)
- T135°C — Maximale oppervlaktetemperatuur 135°C
- Db — EPL Db (Zone 21)
- IP66 — Stofdicht en beschermd tegen krachtige waterstralen
Toepassing: Geschikt voor Zone 21/22-omgevingen met geleidend stof. Veelvoorkomend bij graanverwerking, metaalpoederverwerking of farmaceutische productie.
Voorbeeld 6: Gecombineerd gas en stof
CE 0832
⚠ II 2 GD Ex d IIB T4 Gb / Ex tb IIIC T135°C Db
Vertaling: Dubbel gecertificeerd voor zowel gas als stof:
- Voor gas: Ex d IIB T4 Gb (vlamdicht, gasgroep IIB, zone 1)
- Voor stof: Ex tb IIIC T135°C Db (stofdicht, geleidend stof, Zone 21)
Toepassing: Flexibele installatie in faciliteiten met zowel gas- als stofgevaar (bijv. chemische fabrieken waar vaste stoffen en vloeistoffen worden verwerkt).
Certificaatnummer
Certificate: SIRA 12.0045X
Formaten variëren per aangemelde instantie, maar omvatten doorgaans:
- SIRA — Afkorting van de aangemelde instantie
- 12 — Jaar van certificering (2012)
- 0045 — Opeenvolgend certificaatnummer
- X — Er gelden speciale voorwaarden (zie hieronder)
Het certificaatnummer koppelt het typeplaatje aan het volledige EU-typeonderzoekscertificaat, dat gedetailleerde specificaties, testresultaten en installatievereisten bevat.
Speciale voorwaarden (achtervoegsel X)
Als het certificaatnummer eindigt op X, zijn er speciale voorwaarden van toepassing. Deze zijn gedocumenteerd in het EU-typeonderzoekscertificaat en moeten worden nageleefd tijdens de installatie, het gebruik of het onderhoud. Voorbeelden:
- "Kabelinvoeren moeten gebruikmaken van gecertificeerde Ex d-kabelwartels met metrische M20-schroefdraad."
- "Maximaal aantal starts per uur: 10." (voor motoren)
- "Omgevingstemperatuurbereik: -20 °C tot +40 °C."
- "Vlamdichte verbindingen moeten jaarlijks worden geïnspecteerd en gesmeerd met XYZ-compound."
- "Niet gebruiken in omgevingen met gehalogeneerde oplosmiddelen."
Het negeren van speciale voorwaarden kan de certificering ongeldig maken en veiligheidsrisico's opleveren. Vraag altijd het volledige certificaat op en lees dit aandachtig door.
Omgevingstemperatuurbereik
Ta: -20°C to +60°C
Ta = omgevingstemperatuur. Dit definieert de omgevingstemperatuurgrenzen voor een veilige werking. Gangbare bereiken:
- -20 °C tot +40 °C — Standaard industrieel (IEC 60079-0 standaard)
- -40 °C tot +60 °C — Uitgebreid bereik voor buiteninstallaties of warme klimaten
- -60 °C tot +40 °C — Arctische omstandigheden (zeldzaam, vereist speciale materialen)
Waarom dit belangrijk is: De temperatuurklasse (T4, enz.) wordt berekend bij maximale omgevingstemperatuur. Als u apparatuur buiten het Ta-bereik gebruikt, kan de oppervlaktetemperatuur de gecertificeerde limiet overschrijden, waardoor er ontstekingsgevaar ontstaat.
Andere veelvoorkomende informatie op het typeplaatje
Elektrische waarden
230 V AC, 50 Hz, 3.2 A
Standaard elektrische parameters. Moeten overeenkomen met of binnen het gecertificeerde bereik blijven.
IP-classificatie
IP66
Ingress Protection-classificatie (IEC 60529):
- Eerste cijfer (6) — Stofdicht
- Tweede cijfer (6) — Beschermd tegen krachtige waterstralen
Hogere IP-classificaties zijn gebruikelijk in Ex-apparatuur om de integriteit van de behuizing te behouden. Ex d vereist vaak minimaal IP54; Ex tb (bescherming tegen stofontbranding) vereist IP6X.
Entiteitsparameters (intrinsieke veiligheid)
Ui = 30 V, Ii = 200 mA, Ci = 50 nF, Li = 100 µH
Voor intrinsiek veilige apparatuur:
- Ui — Maximale ingangsspanning
- Ii — Maximale ingangsstroom
- Ci — Interne capaciteit
- Li — Interne inductie
Deze moeten worden vergeleken met de bijbehorende parameters van het apparaat (barrière/isolator) (Uo, Io, Co, Lo) om de veiligheid van het systeem te garanderen.
Snelle referentiechecklist
Controleer bij het lezen van een ATEX-typeplaatje:
- ☐ Geschiktheid voor de zone — Categorie/EPL komt overeen met uw geclassificeerde gebied (Zone 0/1/2)
- ☐ Gasgroep — IIA/IIB/IIC dekt uw procesgassen
- ☐ Temperatuurklasse — T-klasse ligt onder de zelfontbrandingstemperatuur van uw gas
- ☐ Omgevingstemperatuur — Ta van de locatie ligt binnen het Ta-bereik van de apparatuur
- ☐ Speciale voorwaarden — Controleer op het achtervoegsel X en verkrijg een certificaat
- ☐ Elektrische waarden — Spanning, stroom, frequentie komen overeen met de voeding
- ☐ Beschermingsmethode — Geschikt voor toepassing (Ex d voor motoren, Ex ia voor sensoren, enz.)
Veelgemaakte fouten die u moet vermijden
IIB-apparatuur gebruiken in een IIC-omgeving
De hiërarchie van gasgroepen is strikt: IIC-apparatuur werkt overal, maar IIB werkt niet in IIC. Als er waterstof of acetyleen in uw omgeving aanwezig is, hebt u IIC-gecertificeerde apparatuur nodig.
Het achtervoegsel X negeren
Speciale voorwaarden zijn niet optioneel. Ze maken deel uit van de certificering. Als u ze negeert (bijvoorbeeld door een verkeerde kabelwartel te gebruiken), is de apparatuur niet langer gecertificeerd.
Overschrijding van de omgevingstemperatuurlimieten
Als u apparatuur met een classificatie van Ta: -20 °C tot +40 °C installeert op een locatie waar de temperatuur 55 °C bereikt, zal de oppervlaktetemperatuur de gecertificeerde T-klasse overschrijden. Dit creëert een ontstekingsrisico.
Categorie verwarren met zone
Categorie 2 is geschikt voor zone 1, maar is niet hetzelfde als zone 1. De zone is een classificatie van de locatie. De categorie is een classificatie van de apparatuur. Koppel ze correct aan elkaar: categorie 1 → zone 0, categorie 2 → zone 1, categorie 3 → zone 2.
Aannemen dat alle Ex d hetzelfde is
Ex d IIA verschilt van Ex d IIC. De afmetingen van de vlambestendige opening zijn verschillend. Controleer altijd de gasgroep.
Gerelateerde onderwerpen
- Ex-markeringen lezen — Algemene gids voor alle soorten Ex-markeringen (IECEx, NEC, enz.)
- Apparatuurbeveiligingsniveaus — Inzicht in Ga/Gb/Gc en hoe deze zich verhouden tot zones
- Gasgroepen — IIA, IIB, IIC uitgelegd met MESG- en MIC-details
- Temperatuurklassen — T1–T6 uitgelegd met tabellen met zelfontbrandingstemperaturen
- Beschermingsmethoden — Alle Ex-types (d, ia, e, px, m, enz.) in detail
Samengesteld op basis van de IEC 60079-serie, ATEX 2014/34/EU en operationele documenten van IECEx. Deze referentiegids vervangt geen officiële normen of gecertificeerde locatiebeoordelingen. Raadpleeg altijd de toepasselijke norm en een gekwalificeerde Ex-ingenieur voor uw specifieke toepassing.